1. Contact als interventie
In de acute GGZ is aandacht voor de therapeutische relatie niet iets wat voor de psychologische behandeling het belangrijkste is. Het is vaak al (onderdeel) van de behandeling. Iemand die zichzelf niet meer goed kan reguleren, heeft meestal eerst nodig dat hij of zij zich serieus genomen, gezien en gehoord voelt.
Iemand die zich vooral onderzocht voelt, is geneigd zich af te sluiten. Iemand die zich ontmoet voelt, kan soms weer iets openen.
In de praktijk betekent dit een paar eenvoudige dingen die veel verschil kunnen maken:
Neem de tijd om aan te sluiten bij hoe iemand zichzelf en de wereld beleeft, ook als je het anders ziet. Dat geeft veiligheid.
Benoem wat je doet en waarom. Dat geeft voorspelbaarheid.
Ga niet meteen de strijd aan over de inhoud van een overtuiging. Dat geeft erkenning.
Zoek de emotie en betekenis onder de overtuiging.
Geef regie terug waar mogelijk, hoe klein ook. Denk aan welke stoel iemand kiest, of de deur openblijft, een glas water, wie erbij zit of de volgorde van het gesprek. (autonomie)
Dat zijn geen extraatjes. Vaak zijn dit precies de dingen waardoor behandeling überhaupt mogelijk wordt.
2. Crisissignaleringsplan opstellen
Een crisissignaleringsplan helpt om oplopende spanning en ontregeling eerder te herkennen. Niet alleen door signalen te noteren, maar vooral door samen te onderzoeken wat die signalen betekenen en wat op dat moment helpt.
Het Klinisch Signaleringsplan (KSP) is ontwikkeld om spanning en oplopende ontregeling bij opgenomen patiënten vroegtijdig te herkennen en persoonsgericht te de-escaleren. Met de Toolbox KSP7s Methodiek kan je met behulp van themakaarten kun je op een laagdrempelige manier samen een plan opstellen. Vaak komt er daardoor ook een gesprek op gang dat anders niet vanzelf ontstaat.
3. Een safebox maken: eerste hulp bij emoties
Een safebox, of een eerste-hulp-bij-emoties-doos, is een fysieke doos met hulpmiddelen die iemand kunnen ondersteunen op momenten van spanning, wanhoop of ontregeling.
Maak de doos samen met de patiënt tijdens een rustig moment. Vraag wat iemand in betere tijden troost, kalmeert of motiveert om door te gaan. Denk bijvoorbeeld aan:
een foto van iemand of iets wat dierbaar is;
een brief aan zichzelf, geschreven op een moment dat het beter ging;
een kaartje met één zin die houvast geeft;
een playlist met muziek die kalmeert of kracht geeft;
een geur, een voorwerp als anker;
het signaleringsplan, uitgeprint of op de telefoon;
contactgegevens van mensen die steun bieden.
5. Emotieregulatietraining (VERS):
Je kunt patiënten een volledige VERS-training aanbieden of losse onderdelen daaruit gebruiken. In de praktijk merk je vaak dat het al veel oplevert om bijvoorbeeld het pannetjesmodel uit te leggen. Dit geeft mensen direct meer inzicht in hun eigen reacties. Ze begrijpen zichzelf beter en kunnen bijvoorbeeld gemakkelijker aan de verpleging aangeven hoeveel spanning zij ervaren door te benoemen in welk “pannetje” zij zitten.
Andere mogelijkheden zijn:
Psycho-educatie over emoties: emoties leren benoemen, voelen en onderscheiden. Gebruik bijvoorbeeld een emotiekaart of emotiewiel. Waar in het lichaam voelt iemand dit? Is het angst, boosheid, schaamte of iets anders?
Triggersignalering: samen in kaart brengen wanneer emoties snel oplopen. Wat waren de situatie, gedachten en lichamelijke signalen?
Mini-exposure: bewust in kleine stappen contact maken met moeilijke emoties zonder erin overspoeld te raken. Dit vergroot de tolerantie vaak meer dan vermijding.
6. EMDR (Trauma)
Een groot deel van de mensen die in de acute GGZ terechtkomt, heeft een traumatisch verleden of heeft recent een schokkende gebeurtenis meegemaakt.
EMDR: Er zijn verschillende mogelijkheden. Je kunt de EMDR behandeling geven, maar het is ook al waardevol om psycho-educatie te geven of iemand alvast laten kennismaken met bijvoorbeeld een EMDR-balk, zodat de drempel voor vervolgbehandeling lager wordt. Wanneer iemand langere tijd is opgenomen, kan het een kans zijn om een hoog intensief traject op te stellen. Wanneer ook vaktherapie, beweging of sport beschikbaar zijn, kunnen deze daar onderdeel van worden.
Recent Traumatic Episode Protocol (R-TEP): een kortdurend EMDR-protocol, vaak één tot drie sessies, dat kort na een traumatische gebeurtenis kan worden ingezet. Het doel is het verwerken van recente traumatische ervaringen en mogelijk het voorkomen van verdere traumatisering. R-TEP is geen volledige behandeling van eerdere onverwerkte trauma’s, maar een gerichte interventie om “de verse gaten in het dak te dichten”, zoals Shapiro het beschreef.
7. Praten over psychose
Naast CGT voor psychose (CGT-p) kan je in eerste instantie ook beginnen met "slechts" praten over hun ervaringen. Niet alleen door uit te vragen of iemand stemmen hoort, achterdochtig is of wanen heeft, maar door echt te luisteren naar wat iemand heeft meegemaakt. Wanneer mensen zich veilig genoeg voelen en serieus genomen worden, komt vaak pas naar boven wat er onder de psychose ligt: angst, verlies, trauma, overbelasting, middelengebruik, eenzaamheid, schaamte of een levensverhaal dat ergens is vastgelopen.
Iemand zijn of haar verhaal laten vertellen helpt om de ervaring meer te organiseren. Voor de patiënt zelf, maar ook voor jou als behandelaar. Soms begrijp je pas tijdens het gesprek waarom iemand iets dacht, deed of zei. Wat eerst vreemd of psychotisch klonk, krijgt dan opeens context.
Een absolute aanrader om te lezen is het boek van mijn oud-collega Jules Tielens: In gesprek met psychose. (Boom, 2012).
Wordt vervolgd met onder andere meer over diagnostiek, levensverhaal, kortdurende CGT, systeeminterventies.....