Psychologische interventies in de acute GGZ – deel 3
Na de crisis komt de schaamte
Na een psychologische crisis komt regelmatig de schaamte. In de acute GGZ richten we ons vaak op het moment waarop iemand ontregelt.
- Is iemand veilig?
- Is er suïcidaliteit?
- Is er sprake van psychose, paniek, agressie, middelengebruik, overbelasting of gevaar?
- Moet er opgeschaald worden?
- Moeten naasten betrokken worden?
Dat is logisch. In een crisis moet er snel overzicht komen. Maar na de eerste ontregeling ontstaat vaak een “tweede crisis”. Minder zichtbaar, maar soms minstens zo pijnlijk.
De schaamte.
Iemand is misschien boos geworden tegen zijn partner. Heeft in paniek de politie gebeld. Heeft zichzelf mogelijk beschadigd. Heeft dingen gezegd die hij niet meende. Is opgenomen geweest. Is psychotisch geweest. Heeft misschien naasten uitgeput of kinderen laten schrikken. De controle verloren op een manier die niet past bij het beeld dat iemand van zichzelf heeft.
En dan komt de vraag: Wat zegt dit over mij?
Niet alleen: wat is er gebeurd? Maar: wie ben ik nu, als dit mij is overkomen?
Juist daar kan een psycholoog in de acute GGZ veel betekenen.
Niet door de crisis mooier te maken dan die was. Niet door schadelijk gedrag weg te praten. Maar door te helpen verdragen dat iemand meer is dan wat er in de ontregeling zichtbaar werd.
Schuld en schaamte zijn niet hetzelfde
In crisissituaties lopen schuld en schaamte vaak door elkaar.
Schuld gaat meestal over gedrag.
- Ik heb iets gedaan.
- Ik heb iemand pijn gedaan.
- Ik heb iets gezegd wat niet goed was.
- Ik ben over een grens gegaan.
Schaamte gaat dieper.
- Ik ben slecht.
- Ik ben kapot.
- Ik ben gevaarlijk.
- Ik ben anderen tot last.
- Als mensen mij echt zouden kennen, zouden ze mij afwijzen.
Schuld kan helpend zijn wanneer het leidt tot verantwoordelijkheid nemen, herstel zoeken of anders leren handelen.
Schaamte werkt vaak verlammend. Het kan maken dat iemand zich terugtrekt, contact vermijdt, gaat pleasen, zichzelf straft of opnieuw ontregelt.
In de acute GGZ zien we dat voortdurend.
Iemand zegt bijvoorbeeld:
“Laat maar, ik verdien geen hulp.”
“Mijn gezin is beter af zonder mij.”
“Ik heb alles verpest.”
“Ze moeten mij gewoon opsluiten.”
“Ik wil niemand meer onder ogen komen.”
Dat klinkt soms als wanhoop. Soms als suïcidaliteit. Soms als vermijding. Soms als boosheid. Maar daaronder zit regelmatig schaamte.
Terug naar inhoud➜ De kunst is: verantwoordelijkheid zonder vernedering
Een valkuil in crisissituaties is dat we kunnen doorschieten naar één van twee kanten.
Aan de ene kant kunnen we te snel geruststellen.
“Joh, dat valt wel mee.”
“Je kon er niks aan doen.”
“Denk er maar niet meer aan.”
Dat helpt meestal niet. Iemand voelt vaak heel precies dat er wel iets gebeurd is. Te snelle geruststelling kan dan leeg of ongeloofwaardig voelen.
Aan de andere kant kunnen we te hard worden.
“U moet wel begrijpen wat u heeft aangericht.”
“Dit kan echt niet.”
“Uw omgeving trekt dit niet meer.”
Soms moet gedrag duidelijk begrensd worden. Denk aan dreiging, geweld, stalking, ernstige zelfbeschadiging of destructieve patronen.
Maar begrenzen zonder psychologische bedding kan schaamte versterken. En schaamte maakt mensen zelden veiliger.
De interventie zit in het midden: We nemen het gedrag serieus, zonder de persoon samen te laten vallen met het gedrag.
Bijvoorbeeld:
“Wat er gebeurd is, heeft veel impact gehad. Dat hoeven we niet kleiner te maken. Tegelijk wil ik goed met u blijven kijken wat er gebeurde, zodat u niet alleen overblijft met het idee dat u slecht of hopeloos bent.”
Of:
“U hoeft uzelf niet kapot te maken om serieus te nemen wat er is gebeurd. Laten we zorgvuldig kijken wat er speelde, wat de gevolgen zijn en wat nu kan helpen om het niet verder te laten escaleren.”
Dat is een kleine verschuiving, maar in crisis kan die veel uitmaken.
Terug naar inhoudSchaamte maakt het verhaal smal
Schaamte vernauwt. Iemand ziet nog maar één versie van zichzelf. De crisisversie. De mislukte versie. De gevaarlijke versie. De beschamende versie.
Een psychologische interventie is dan om het verhaal weer iets breder te maken. Niet door te ontkennen wat er gebeurd is, maar door context toe te voegen.
- Wat ging eraan vooraf?
- Hoe lang liep de spanning al op?
- Welke signalen zijn gemist?
- Welke eerdere ervaringen werden geraakt?
- Wat gebeurde er lichamelijk?
- Welke betekenis gaf iemand op dat moment aan de situatie?
- Wie was iemand voor deze crisis?
- Wat zegt het dat iemand nu schaamte voelt?
- Welke waarden worden zichtbaar in de schuld?
Juist dat laatste is belangrijk.
Schuld kan ook laten zien dat iemand ergens om geeft.
Iemand die zich schuldig voelt tegenover zijn kinderen, laat daarmee ook zien dat het ouderschap betekenis heeft. Iemand die zich schaamt na agressie, laat vaak zien dat hij niet zo wil zijn. Iemand die wegzakt in zelfverwijt na een suïcidepoging, laat soms zien hoe pijnlijk het is om anderen verdriet te hebben gedaan.
Dat praat niets goed. Maar het opent wel een andere ingang.
Niet alleen: u heeft iets fout gedaan. Maar ook: wat zegt uw pijn hierover over wat voor mens u eigenlijk wilt zijn?
Terug naar inhoudEen interventie: van zelfveroordeling naar betekenis
Een praktische manier om met schuld en schaamte te werken is om drie lagen te onderscheiden.
1. Wat is er feitelijk gebeurd?
Hier gaat het om vertragen. Niet dramatiseren, niet bagatelliseren. Zo concreet mogelijk.
- Wat heeft iemand gedaan?
- Wat heeft iemand gezegd?
- Wie was erbij?
- Wat was de schade?
- Wat weten we zeker?
- Wat is interpretatie?
2. Welke betekenis geeft iemand eraan?
Hier komt de schaamte vaak naar voren.
“Dus ik ben een slechte moeder.”
“Dus ik ben gestoord.”
“Dus niemand kan mij vertrouwen.”
“Dus ik heb mijn leven verpest.”
Deze zinnen zijn belangrijk. Niet omdat ze waar zijn, maar omdat ze laten zien hoe iemand zichzelf na de crisis is gaan begrijpen.
3. Welke herstelbeweging is mogelijk?
Daarna kan pas de vraag komen:
- Wat is nu helpend?
- Moet er excuses worden gemaakt?
- Moet er juist eerst rust komen?
- Moet contact met naasten voorbereid worden?
- Moet iemand beschermd worden tegen impulsief goedmaken?
- Moet er een veiligheidsplan komen?
- Moet er een gesprek komen waarin niet alleen de patiënt, maar ook de omgeving gehoord wordt?
Herstel is niet altijd meteen een gesprek voeren. Soms is herstel eerst slapen, eten, ontprikkelen. Ook dat kan een interventie zijn.
Schaamte zit ook in het lichaam
Schaamte is niet alleen een gedachte. Mensen zakken weg. Kijken weg. Worden rood. Verstarren. Worden boos. Lachen het weg. Gaan praten zonder adem te halen. Willen verdwijnen.
Daarom is alleen praten soms te veel.
Bij schaamte kunnen een kleine lichaamsgerichte interventies helpen. Niet als lange meditatie, maar als korte manier om weer iets meer aanwezig te zijn.
Terug naar inhoudGeweldloos verzet & Verbindend Gezag: begrenzen zonder escaleren
Bij sommige crisissen gaat het niet alleen om innerlijke schaamte, maar ook om relationele patronen.
- Dreigen.
- Claimen.
- Controle zoeken.
- Niet loslaten.
- Escaleren wanneer de ander afstand neemt.
- Naasten die uitgeput raken.
- Professionals die in strijd terechtkomen.
Daar kan het gedachtegoed van geweldloos verzet en verbindend gezag behulpzaam zijn.
Niet als trucje. Niet als snelle oplossing. Maar als houding.
Geweldloos verzet en Verbindend Gezag gaat over aanwezig blijven en begrenzen. Over niet meegaan in destructieve escalatie. Over steun organiseren. Over het verschil blijven zien tussen de persoon en het gedrag. Over duidelijk zijn zonder vernedering.
In de acute GGZ kan dat bijvoorbeeld betekenen:
“We laten u niet vallen, maar we gaan ook niet mee in dreiging.”
“We blijven beschikbaar voor contact, maar niet op een manier die anderen onveilig maakt.”
“Uw wanhoop is echt. En toch mag die niet bepalen dat uw partner geen ruimte meer heeft.”
“We gaan samen kijken welke steun nodig is, zodat dit niet alleen tussen u en één uitgeput familielid blijft hangen.”
Voor naasten kan geweldloos verzet helpen om uit twee uitersten te blijven:
- alles toegeven uit angst voor escalatie,
- of hard terugvechten vanuit uitputting.
De middenweg is vaak:
Ik blijf betrokken, maar ik werk niet mee aan gedrag dat ons beschadigt.
Dat is eenvoudig gezegd, maar moeilijk gedaan. Juist daarom verdient geweldloos verzet later een eigen uitwerking in een apart artikel.
In dit artikel is vooral belangrijk: bij schuld en schaamte hoort niet alleen zachtheid. Er hoort ook begrenzing bij. Maar dan wel een begrenzing die iemands waardigheid niet verder afbreekt.
Terug naar inhoud