In het vorige deel deelde ik interventies als contact, het crisissignaleringsplan, de eerste-hulp-bij-emoties-doos, VERS, EMDR en het gesprek over psychose. Nu schrijf ik over interventies die kunnen helpen wanneer spanning, paniek, dissociatie of ontregeling zo hoog is dat praten alleen niet genoeg is.
Deze pagina is bedoeld als praktijkgerichte kennisdeling voor professionals. Het is geen protocol en geen vervanging van lokale richtlijnen, behandelbeleid of klinische besluitvorming. Stem interventies altijd af op veiligheid, draagkracht, timing, setting en samenwerking met het behandelteam.
Dialectische Gedragstherapie (DGT)-vaardigheden
Korte, concrete oefeningen om heftige emoties te verdragen zonder de situatie verder te beschadigen.
Dialectische Gedragstherapie (DGT)-vaardigheden zijn korte, concrete oefeningen om heftige emoties te verdragen zonder de situatie verder te beschadigen. Je hoeft niet het hele DGT-programma aan te bieden. Juist enkele losse vaardigheden kunnen al veel doen.
Bij hoge spanning werkt praten soms beperkt. Dan moet het lichaam vaak eerst terug naar een veiligere modus. Koud water op het gezicht, ijsblokjes vasthouden, kort intensief bewegen of bewust spieren aanspannen en ontspannen kan helpen om het zenuwstelsel te ontspannen. Via het lichaam ontstaat soms weer een beetje toegang tot denken en kiezen.
STOP-vaardigheid
Reageer niet meteen en zet jezelf op pauze. Voorkom dat emoties de controle overnemen.
Neem fysiek of mentaal afstand. Pauzeer, adem en geef jezelf tijd om te kalmeren.
Wat voel en denk je? Wat gebeurt er om je heen? Kijk naar de feiten zonder meteen te oordelen.
Handel bewust en doelgericht. Kies een actie die de situatie beter maakt, niet slechter.
Belangrijk is dat deze vaardigheden niet pas worden aangeboden wanneer iemand volledig overspoeld is. Dan is het vaak te laat om nog iets nieuws te leren. Oefenen op rustige momenten is daarom essentieel.
Eerste Hulp Bij Emoties
Gebruik deze oefening als praktische ingang om samen hulpmiddelen te verzamelen.
Dissociatieplan opstellen
Niet meteen iemand zich goed laten voelen, maar eerst helpen terugkomen in het hier-en-nu.
Bij dissociatie, paniek of overspoeling is het doel niet meteen dat iemand zich goed voelt. Het doel is eerst dat iemand weer iets meer in contact komt met het hier-en-nu.
Sommige mensen weten nog niet dat wat zij meemaken dissociatie wordt genoemd. Goede uitleg kan dan veel verschil maken. Het kan klachten minder vreemd en minder beangstigend maken: er is taal voor wat er gebeurt en er zijn manieren om samen te onderzoeken wat helpt.
Een dissociatieplan maak je daarom niet vanuit een standaardlijstje, maar samen met de persoon. Wat zijn mogelijke triggers? Waaraan merk je dat iemand wegraakt? Welke signalen ziet iemand zelf en welke signalen zien anderen? Wat helpt juist om terug te komen en wat werkt averechts?
Voorbeelden
- Zintuiglijke grounding: noem vijf dingen die je ziet, vier die je hoort, drie die je voelt, twee die je ruikt en één die je proeft.
- Fysieke oriëntatie: voeten op de vloer, rechtop zitten, handen op de knieën. Bewust de kamer rondkijken en hardop benoemen waar je bent en welke dag het is.
- Sensorische prikkels: een koele ondergrond, een voorwerp met duidelijke textuur, een koud washandje, een sterke geur of een zuur snoepje.
- Aanwezigheid van de behandelaar: soms is rustig aanwezig blijven, met een kalme stem spreken en contact houden al voldoende.
Belangrijk verschil
Grounding is niet hetzelfde als iemand overtuigen dat er niets aan de hand is. Voor iemand die overspoeld is, kan “je bent veilig” te snel of ongeloofwaardig voelen.
Vaak werkt het beter om concreet te oriënteren: waar zijn we, wie zit er in de kamer, wat gebeurt er nu wel en wat gebeurt er nu niet? Of: “Ik ben bij je.”
Mini-tool: 5-4-3-2-1 grounding
Klik de stappen aan. Dit is vooral bedoeld als visuele reminder voor de methode.
Wat zet je in een dissociatieplan?
- persoonlijke triggers en vroege signalen van dissociatie;
- concrete dingen die helpen om terug te komen in het hier-en-nu;
- afspraken over stemgebruik, nabijheid, afstand en tempo;
- expliciet of aanraking wel of niet oké is en zo ja onder welke voorwaarden;
- wat verpleegkundigen, naasten of behandelaren kunnen doen wanneer iemand opgenomen is;
- wat juist niet helpt of dissociatie kan versterken.
Leg dit plan vast en deel het, met toestemming, met het behandelteam en de verpleging. Dan hoeft iemand het niet telkens opnieuw uit te leggen op momenten waarop het juist moeilijk is om woorden te vinden.
Het levensverhaal
Een kerninterventie om weer keerpunten, verlies, kracht, relaties en betekenis te vinden.
Het levensverhaal is wat mij betreft een standaardonderdeel van een traject. Op het moment dat iemand zichzelf kwijt is, kan het helpen om samen te zoeken naar keerpunten, verlies, kracht, relaties en betekenis. Voor de professional helpt het om beter hulp te kunnen bieden en voor de patiënt zorgt het voor bewustwording en begrip. Het zet mensen aan tot nadenken en reflectie.
In de acute GGZ hoeft dit niet meteen een groot, diepgaand levensverhaalgesprek te zijn. Soms begint het juist klein: met één foto, één muzieknummer, één belangrijke relatie, één keerpunt of één vraag naar wie iemand was voordat de crisis alles overnam.
Niet iedereen wil of kan uitgebreid praten. Het levensverhaal kan ook vorm krijgen via een tijdlijn, collage, levensboom, muziekkaart, fotokaarten, een waardenposter, een herstelmuur, een doos met betekenisvolle voorwerpen of korte schrijfopdrachten.
Omdat mensen vaak niet weten hoe ze met het levensverhaal kunnen beginnen, is hier een hulpmiddel.
Tool: levensverhaal
Een laagdrempelige ingang om het levensverhaal stap voor stap te verkennen.
Heteroanamnese
Niet alleen informatie verzamelen, maar ook samenhang, hulpbronnen en perspectief zichtbaar maken.
Misschien voor de hand liggend, maar de heteroanamnese kan goud waard zijn. In de acute GGZ is het verhaal van de patiënt soms nog gefragmenteerd. Door spanning, psychose, paniek, intoxicatie, dissociatie, schaamte of uitputting kan het niet helemaal duidelijk zijn wat er is gebeurd. Soms ontbreekt overzicht. Soms is er wantrouwen. Soms weet iemand zelf niet goed meer hoe de crisis is ontstaan.
Juist dan kan een heteroanamnese veel waarde hebben. Niet om het verhaal van de patiënt te vervangen, maar om het aan te vullen, een ander perspectief te geven en beter te begrijpen hoe de crisis zich heeft opgebouwd. Naasten zien vaak het beloop dat aan de crisis voorafging: wat er anders was dan normaal, wanneer het begon te schuiven, welke signalen zichtbaar waren en wat eerder wel of niet hielp.
Het kan helpen om betekenis te geven aan gedrag dat in de crisis misschien vooral vreemd, dreigend of onbegrijpelijk lijkt. Wat probeerde iemand te dragen? Waar werd iemand overvraagd? Welke patronen keren terug? En welke omstandigheden maakten dat het nu niet meer lukte?
Soms levert een heteroanamnese niet alleen informatie op over de crisis, maar juist over wie iemand is buiten de crisis. Waar wordt iemand blij van? Waar komt iemand zijn bed voor uit? Welke kwaliteiten zien anderen? Juist die informatie kan helpen om tijdens een crisis weer richting en perspectief te vinden.
Tool: digitale vragenlijst voor naasten
Gebruik de vragenlijst als hulpmiddel om informatie van naasten gestructureerd en zorgvuldig te verzamelen.
Informatie over risico en beloop
Informatie over kracht en herstel
Wordt vervolgd
Meer onderdelen volgen later.
Onderdelen over psycho-educatie, MBT/mentaliseren en gesprekken over schuld en schaamte worden later toegevoegd.