Interactieve infographic

De psycholoog in de crisisdienst en IHT

Wat doet een psycholoog in de crisisdienst?

Een psycholoog in de crisisdienst kan helpen begrijpen wat er bij een psychiatrische crisis speelt en wat op dat moment nodig is. Dat kan gaan om diagnostiek en crisisformulering, risico-inschatting, een kortdurend gesprek, psychologische crisisinterventie, contact met naasten of consultatie aan het team.

In de spoedeisende psychiatrie en spoedeisende GGZ werkt de psycholoog samen met andere disciplines. Bij Intensive Home Treatment (IHT) vindt die inzet plaats in de eigen leefomgeving. De mogelijkheden hangen af van de zorgvraag, deskundigheid en lokale organisatie van de crisiszorg.

Deze interactieve infographic is bedoeld voor professionals die zoeken naar de rol van de psycholoog bij crisis en naar concrete praktijkvoorbeelden. Het overzicht over psychologen in de acute GGZ verbindt deze rol met acute psychiatrie, HIC, opnamezorg en verdere vakontwikkeling.

Door Bas Brendel, GZ-psycholoog. Levenswerk is een kennisplatform en biedt geen directe psychologische hulp bij crisis of individuele behandeling. Neem voor acute hulp contact op met je eigen behandelaar, huisarts of huisartsenpost; bij direct levensgevaar bel je 112.

Liever doorlezen? Bekijk alle toelichtingen bij de infographic als tekst.

Niet alleen voor complexe casussen

Je kunt de psycholoog ook betrekken voor een eenmalig gesprek, kort meedenken, samen in gesprek gaan of aansluiten bij een beoordeling. De vraag is niet alleen: “Is dit ingewikkeld genoeg?” maar vooral: “Kan psychologisch meedenken hier iets toevoegen?”

Uitgangspunt: veiligheid vergroten met zoveel mogelijk behoud van contact, regie en waardigheid.

Vijf kerntaken

Klik op een taak voor voorbeelden en verdieping.

    Voorbeeldsituaties
    25 concrete voorbeelden

    Praktijkvragen: wanneer betrek je de psycholoog?

    Klik op een vraag voor de inhoudelijke toelichting. De voorbeelden laten vooral zien wanneer een andere manier van kijken iets kan toevoegen.

    Kies een praktijkvraag

    —

    Klik op één van de 25 voorbeelden om de toelichting te openen.

    De terugkerende vragen zijn vaak: Wat gebeurt hier eigenlijk? Wat ligt eronder? Wat heeft iemand meegemaakt of gemist? Wat houdt dit in stand? Hoe kunnen wij anders aansluiten? Wat helpt iemand om weer verder te kunnen?
    Wat kan het opleveren?
    meer contact

    Meer opening, vertrouwen en minder machtsstrijd in het gesprek.

    minder escalatie

    Meer regulatie, minder spanning en minder mee-escaleren als team.

    beter begrijpen

    Meer zicht op wat er speelt, wat gedrag betekent en wat het in stand houdt.

    duidelijkere lijn

    Meer samenhang in het team en een beter onderbouwde gezamenlijke aanpak.

    passender vervolgzorg

    Beter aansluiten op wat een patiënt nu nodig heeft en welke stap daarna passend is.

    Doel: betere duiding, meer contact, meer veiligheid en herstelgerichte acute zorg — voor patiënt, naasten én team.

    Waar zijn psychologen betrokken bij crisisbeoordelingen?

    6 organisaties
    Friesland Groningen Drenthe Overijssel Flevoland Noord-Holland Zuid-Holland Utrecht Gelderland Zeeland Noord-Brabant Limburg Lentis Groningen / Drenthe Dimence Overijssel GGZ Rivierduinen Zuid-Holland ProPersona Nijmegen Gelderland GGZ Breburg West/Midden-Brabant GGZe Zuidoost-Brabant

    De infographic als tekst: taken, situaties en praktijkvragen

    Hier lees je dezelfde toelichtingen als in de interactieve infographic. Open een onderwerp om de volledige tekst te lezen. De voorbeelden zijn aanknopingspunten voor professioneel meedenken, geen algemene behandelvoorschriften.

    Vijf kerntaken van de psycholoog

    Diagnostiek, casusconceptualisatie en indicatiestelling
    • Toestandsbeeld inschatten en diagnostisch ordenen.
    • Verhelderen wat de crisis triggert of in stand houdt.
    • Differentiëren tussen onder meer trauma, psychose, middelen, LVB, ontwikkeling en persoonlijkheid.
    • Draagkracht, kwetsbaarheden en beschermende factoren in kaart brengen.
    • Meedenken over passende vervolgzorg.

    De psycholoog helpt niet alleen bepalen wat er moet gebeuren, maar houdt ook de vraag levend: wat probeert iemand op dit moment op te lossen, en waarom gaat het juist nu mis?

    Psychologische interventies en behandeling
    • Eenmalig of kortdurend gesprek.
    • Contactherstel en valideren.
    • CGT-technieken en CGT bij psychose.
    • ACT, grounding en emotieregulatie.
    • Psycho-educatie en traumagerichte interventies waar passend.

    Psychologische inzet hoeft geen volledig behandeltraject te zijn. Eén of enkele doelgerichte gesprekken kunnen in een crisis al therapeutisch relevant zijn.

    Crisisinterventies en risicotaxatie
    • Psychologische risico-inschatting bij suïcidaliteit, agressie en impulscontrole.
    • Ruimte maken voor wanhoop en ambivalentie naast de veiligheidsbeoordeling.
    • De-escaleren en stabiliseren.
    • Samen een persoonlijk veiligheidsplan opstellen en bijstellen.
    • Meedenken over proportionaliteit en alternatieven wanneer verplichte zorg wordt overwogen.

    Risicotaxatie is geen voorspelling van de toekomst, maar ondersteunt het gezamenlijk begrijpen van actuele risico’s, beschermende factoren en passende veiligheidsmaatregelen.

    Systeeminterventies
    • Naasten actief betrekken met oog voor draagkracht en grenzen.
    • Systeemgesprekken voeren wanneer communicatie vastloopt.
    • Interactiepatronen zichtbaar maken.
    • Netwerk en draagkracht in kaart brengen.
    • Motiverende gespreksvoering en herstelgericht werken bij zorgmijding.

    Een crisis speelt zelden los van de omgeving. Het systeem kan bron van stress én bron van steun zijn.

    Teamconsultatie en behandelklimaat
    • Casuïstiekbespreking en gezamenlijke crisisformulering.
    • Meedenken over bejegening, hechting en tegenoverdracht.
    • Teamreflectie bij verdeeldheid, machteloosheid of morele spanning.
    • Adviseren over de-escalatie en dwangreductie.
    • Scholing, klinische lessen en bijdragen aan behandelbeleid.

    Reflectie is geen luxe in acute zorg. Een kort moment van psychologisch meedenken kan helpen om overzicht, een gezamenlijke lijn en handelingsruimte terug te krijgen.

    Voorbeeldsituaties bij crisis

    Het contact loopt vast

    Patiënt klapt dicht, is afwerend of het gesprek wordt een machtsstrijd. De psycholoog kan helpen onderzoeken wat het gedrag betekent en samen een nieuwe opening zoeken.

    Suïcidaliteit en wanhoop

    Naast veiligheid en risico kan worden onderzocht wat de doodswens op dit moment probeert op te lossen, zodat ambivalentie en beschermende factoren beter bruikbaar worden.

    Psychose en wantrouwen

    Niet strijden over wat wel of niet waar is, maar aansluiten bij de beleving, angst, lijdensdruk en coping om contact en vertrouwen te vergroten.

    Heftige emoties of zelfbeschadiging

    Tempo eruit halen, valideren, grounding en emotieregulatie inzetten om spanning te verminderen en escalatie te voorkomen.

    Trauma en dissociatie

    Onderzoeken of trauma of dissociatie meespeelt en voorkomen dat gedrag te snel wordt uitgelegd als onwil of ‘lastig gedrag’.

    (Dreigende) agressie of escalatie

    Kijken naar angst, onmacht en verlies van regie onder het gedrag, en meedenken over de-escalerende communicatie en minder ingrijpende alternatieven.

    Zorgmijding

    Aansluiten bij wat iemand zelf belangrijk vindt en onderzoeken of eerdere negatieve ervaringen, wantrouwen of angst voor verlies van regie een rol spelen.

    Gesprekken met familie of het systeem

    Naasten ruimte geven, draagkracht in kaart brengen en patronen zichtbaar maken zodat patiënt, systeem en team weer meer samenhang krijgen.

    Twijfel over wat je ziet

    Wanneer gedrag onbegrepen blijft of er diagnostische twijfel is, kan de psycholoog helpen ordenen, duiden en differentiëren.

    Sparren of teamdilemma

    Bij verdeeldheid, machteloosheid, een moreel dilemma of een casus die blijft knagen kan de psycholoog helpen met reflectie, formulering en een gedeelde lijn.

    Alle 25 praktijkvragen

    1. Is er misschien sprake van autisme?

    Een patiënt of behandelteam vraagt zich af of er mogelijk sprake is van autisme. De psycholoog kan breed beginnen: kennismaken, anamnese en bij voorkeur ontwikkelingsanamnese, iemand uit het systeem betrekken en waar passend vragenlijsten of andere diagnostische middelen gebruiken.

    De kern is samen onderzoeken welk verhaal het best past. Soms zijn er kenmerken die passen bij autisme. Soms blijken moeilijkheden in sociaal contact of emotieregulatie ook samen te hangen met wat iemand vroeger nauwelijks heeft kunnen leren.

    Van “Wat is er mis met mij?” naar “Wat heb ik in mijn leven gemist?”
    2. Zijn deze bijzondere of gewelddadige gedachten psychotisch?

    Wanneer iemand vertelt over indringende of gewelddadige gedachten kan dat al snel als psychotisch worden geduid. De psycholoog kan helpen uitzoeken wat voor ervaring dit eigenlijk is.

    Is er sprake van een psychotische overtuiging, een impuls of intentie? Of gaat het om intrusieve gedachten: ongewilde gedachten of beelden die iemand juist beangstigen en waar geen uitvoering aan gewenst is?

    Herkenning en psycho-educatie kunnen schaamte verminderen en helpen begrijpen waarom juist afschuwelijke inhoud zich soms opdringt.

    3. Psychologische ondersteuning na de geboorte van een kind

    Een kind krijgen verandert in korte tijd bijna alles: praktisch, relationeel, lichamelijk en in hoe iemand zichzelf en het leven ervaart.

    Zeker bij een kwetsbaar steunsysteem kan een psychische crisis na een bevalling ook bekeken worden als een ingrijpende levensovergang. Gesprekken kunnen helpen begrijpen wat deze fase doet met identiteit, relatie, ouderschap en veranderde rollen.

    4. Zelf ouder worden roept herinneringen aan de eigen jeugd op

    Wanneer mensen zelf kinderen krijgen, worden ze soms ineens veel bewuster van wat ze vroeger hebben meegemaakt — of van wat ze als kind hebben gemist.

    De zorg die zij hun eigen kind willen geven kan pijnlijk zichtbaar maken welke veiligheid, aandacht, bevestiging of zorg zij zelf niet hebben gehad. Psychologische gesprekken kunnen helpen om deze emoties te begrijpen en betekenis te geven.

    5. Iemand blijft maar opgenomen worden en niets lijkt te helpen

    Een patiënt wordt herhaaldelijk opgenomen, soms met verplichte zorg, terwijl het patroon zich blijft herhalen.

    De psycholoog kan samen met het team onderzoeken: waarom krijgen we geen contact? Sluit onze benadering aan? Wat lokt gedrag uit of houdt het in stand? Kan trauma, hechting, angst of eerdere hulpverlening helpen om het patroon anders te begrijpen?

    Daarbij wordt niet alleen naar de patiënt gekeken, maar ook naar de interactie tussen patiënt, team en omgeving.

    6. Geheugenverlies, desorganisatie of moeilijk te begrijpen gedrag

    Bij geheugenverlies, gedesorganiseerd denken of moeilijk te plaatsen gedrag kan de psycholoog helpen differentiëren tussen mogelijke verklaringen.

    De vraag is niet alleen welke diagnose erbij hoort, maar vooral waardoor het gedrag kan ontstaan en welke informatie nog nodig is om het beter te begrijpen.

    7. Therapie lukt steeds niet: wordt iemand misschien overvraagd?

    Iemand komt verbaal sterk of behoorlijk begaafd over, maar slaagt er steeds niet in therapie te volgen, opdrachten uit te voeren of vaardigheden toe te passen.

    De psycholoog kan onderzoeken of er sprake is van een lager of ongelijkmatig cognitief profiel. Belangrijker nog is de vervolgvraag: als iemand wordt overvraagd, hoe passen we behandeling en communicatie daarop aan?

    8. Een eerste psychose

    Naast behandeling van de acute ontregeling kan de psycholoog helpen begrijpen wat iemand is overkomen: wat zijn psychotische ervaringen, hoe kunnen ze ontstaan en betekent dit dat ik ‘gek’ ben?

    Bij blijvende stemmen kunnen gesprekken zich richten op omgaan met de ervaringen. Na herstel kan angst voor terugkeer juist centraal komen te staan, soms bijna als een angstbehandeling.

    Later verschuift de aandacht vaak naar herstel: hoe pak ik mijn leven weer op, wat vind ik belangrijk, welk werk past bij mij en welke aanpassingen helpen?

    9. Seksuele identiteit, cultuur en erbij horen

    Iemand kan worstelen met de eigen seksuele identiteit, met het vertellen hiervan aan anderen of met een cultuur of omgeving waarin hiervoor weinig ruimte wordt ervaren.

    Psychologische gesprekken kunnen gaan over identiteit, schaamte, acceptatie, veiligheid, relaties en de vraag hoe iemand het eigen leven wil vormgeven.

    10. Discriminatie en uitsluiting

    Klachten kunnen samenhangen met ervaringen van discriminatie, uitsluiting of langdurig het gevoel hebben er niet bij te horen.

    Dit kan onderwerp zijn van psychologische diagnostiek en behandeling, zeker wanneer ervaringen langdurig doorwerken of traumagerelateerde klachten hebben veroorzaakt.

    11. Zelfbeschadiging blijft doorgaan

    Ondanks grote inspanningen van patiënt én hulpverlening blijft zelfbeschadiging doorgaan.

    De psycholoog kan kijken naar de functie van het gedrag, emotieregulatie, interactiepatronen en de reactie van het team. De vraag is ook of sommige reacties onbedoeld het patroon versterken en welke andere benadering de kans op zelfbeschadiging kan verkleinen.

    12. Paniek en lichamelijke klachten

    Iemand heeft hevige paniek en lichamelijke klachten, bijvoorbeeld hoofdpijn, en raakt daardoor regelmatig in crisis.

    De psycholoog kan onderzoeken of lichamelijke sensaties of angsten verbonden zijn geraakt met eerdere traumatische gebeurtenissen en welke associaties, herinneringen en angstmechanismen een rol spelen.

    13. Achterdocht richting familie: psychose of misschien toch niet?

    Iemand is erg achterdochtig richting familie en wordt als paranoïde of psychotisch beschouwd.

    De psycholoog kan onderzoeken waar het wantrouwen vandaan komt: hoort het bij een psychotische beleving, is er daadwerkelijk reden voor wantrouwen, is de reactie begrijpelijk vanuit eerdere ervaringen — of spelen meerdere factoren tegelijk?

    14. Traumatische herinneringen aan zelfbeschadiging of een suïcidepoging

    Iemand heeft ernstige periodes van zelfbeschadiging doorgemaakt of een suïcidepoging overleefd en blijft veel last houden van herinneringen aan wat er is gebeurd.

    Een concrete psychologische vraag kan dan zijn of deze ervaringen traumagericht verwerkt kunnen worden.

    15. Een relatiebreuk en daarna een ernstige crisis

    Na een relatiebreuk raakt iemand extreem somber, suïcidaal of functioneert nauwelijks meer.

    Naast symptoombehandeling kan de psycholoog onderzoeken wat het verlies voor deze persoon betekent, waarom juist deze breuk zo diep raakt en wat kan helpen om hiermee verder te kunnen.

    16. Het vertrouwen in de hulpverlening is verdwenen

    Na meerdere negatieve ervaringen met de gezondheidszorg kan iedere nieuwe samenwerking beladen raken.

    De psycholoog kan helpen begrijpen wat in het contact nodig is om vertrouwen voorzichtig te herstellen en opnieuw tot samenwerking te komen.

    17. Relatieproblemen en systeemgesprekken

    Bij relatieproblemen kunnen enkele gerichte systeemgesprekken helpen om terugkerende communicatie- en interactiepatronen zichtbaar te maken.

    Wat gebeurt er wanneer iemand zich afgewezen, verlaten of niet gezien voelt? Psycho-educatie over hechting en basisbehoeften kan helpen begrijpen waarom bepaalde situaties zo sterk binnenkomen.

    18. Welke vervolgbehandeling past eigenlijk?

    Niet altijd is behandeling binnen de acute GGZ zelf de belangrijkste bijdrage. Soms gaat het vooral om begrijpen wat hierna nodig is.

    Welke problemen staan op de voorgrond? Wat is al geprobeerd? Wat lijkt iemand nodig te hebben? De psycholoog kan zo bijdragen aan indicatiestelling en passende vervolgzorg.

    19. Moeten we dit gedrag begrenzen — en zo ja, hoe?

    Een team kan vastlopen in de vraag of bepaald gedrag begrensd moet worden. Zijn we te streng, juist te terughoudend, en hoe begrenzen we zonder het contact te verliezen?

    De psycholoog kan kijken naar de functie van gedrag, interactie met het team, groepsdynamiek en therapeutisch klimaat.

    20. Schaamte na een manie

    Na een manische episode kan iemand veel schaamte ervaren over wat er is gebeurd.

    Psychologische gesprekken kunnen helpen onderscheid maken tussen verantwoordelijkheid nemen en jezelf volledig veroordelen, met aandacht voor zelfstigma en stigma vanuit de omgeving.

    21. Onderdrukking, psychologisch misbruik en grenzen leren stellen

    Iemand kan vastzitten in een relatie of situatie met onderdrukking, controle of psychologisch misbruik.

    Gesprekken kunnen helpen herkennen wat er gebeurt, eigen grenzen beter leren voelen en aangeven en onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om weer meer regie te krijgen.

    22. Een druk hoofd en niets meer georganiseerd krijgen

    Iemand heeft voortdurend een druk hoofd, krijgt weinig af en verliest het overzicht.

    De psycholoog kan praktisch helpen met structureren, prioriteren, plannen, doseren en ontspannen. Niet iedere psychologische interventie in de acute GGZ hoeft uitgebreide psychotherapie te zijn.

    23. Iemand durft de afdeling niet meer af

    Iemand is zo angstig geworden dat diegene de afdeling of kliniek nauwelijks meer durft te verlaten.

    De psycholoog kan de angst stapsgewijs helpen verminderen, bijvoorbeeld met cognitief-gedragstherapeutische technieken en exposure. Waar mogelijk kan ook virtual reality worden ingezet.

    24. Omgaan met verslaving

    Ook middelengebruik en verslaving kunnen onderwerp zijn van psychologische gesprekken.

    De psycholoog kan helpen begrijpen welke functie het gebruik heeft, omgaan met trek, motivatie voor verandering versterken, terugvalpreventie vormgeven en alternatieven zoeken voor omgaan met spanning of emoties.

    25. Psychologische ondersteuning rond medicatie

    Bij afbouwen of wisselen van medicatie kan naast medische begeleiding ook psychologische ondersteuning nodig zijn.

    Bijvoorbeeld bij angst voor afbouw, onzekerheid over veranderingen, het onderscheiden van bijwerkingen, onttrekkingsverschijnselen en terugkeer van klachten, of eerdere negatieve ervaringen met medicatie.

    Lees verder: onderbouwing en professionele afbakening van de vijf kerntaken, psychologische interventies en mentaliseren in crisis.

    Terug naar psychologen in de acute GGZ, spoedeisende psychiatrie en crisiszorg.