Het classificeren (DSM-5) speelt een belangrijke rol in de GGZ. Hoewel het richting kan geven aan behandeling, schuilt er ook een keerzijde wanneer het onzorgvuldig wordt gebruikt. Ik deel deze ervaring om hulpverleners bewust te maken van de impact die classificaties kunnen hebben.
Het was een regenachtige ochtend toen Tamara voor het eerst mijn kamer binnenstapte. Een jonge vrouw, begin 20 jaar, met een blik die allesbehalve hoop uitstraalde. Ze zat ineengedoken op de stoel tegenover mij, haar schouders licht gebogen, alsof ze zich wilde verbergen voor de wereld. Ze zei geen woord. Minuten gingen voorbij in stilte, ik voelde de muur die ze in jaren om zich heen leek te hebben gebouwd.
Voorafgaand aan onze afspraak had ik haar dossier gelezen. Het was een dik dossier, vol met jaren aan rapportages en een ellenlange lijst van classificaties. Van persoonlijkheidsstoornissen tot psychotische stoornissen, van autisme tot anorexia. De labels stapelden zich op. Terwijl ik haar dossier doorlas, werd ik duizelig van de complexiteit en de inconsistentie. Deze classificaties konden simpelweg niet allemaal tegelijk kloppen.
Door de combinaties van verschillende classificaties kon Tamara vaak niet geplaatst worden en kon ze nergens echt in behandeling. Er was altijd wel een label dat tot een exclusiecriterium behoorde.
Maar daar zat ze, Tamara, geen “stoornis”, geen label, geen diagnose. Een jonge vrouw die worstelde met het leven. Ze weigerde me aan te kijken, en de eerste dertig minuten sprak ze niet. Haar vertrouwen in de hulpverlening was allang verdwenen, mede door traumatische ervaringen. Zij had al in haar tienerjaren ervaringen met gedwongen medicatie en bracht uren door in isolatie, op momenten dat ze juist geborgenheid nodig had. Toch lukte het om voorzichtig vertrouwen te winnen. Langzaam, heel langzaam, ontstond er een band.
Op een dag stelde ik haar voor om al haar labels in de prullenbak te gooien. “Vanaf nu ben je niet je labels,” zei ik. “Je bent Tamara. Alleen Tamara. Laten we samen onderzoeken wat jou zo laat lijden onder het leven. Laten we ontdekken wie je bent, wat je leuk vindt, en wat je nodig hebt.” Voor het eerst zag ik een glimp van iets anders dan wanhoop in haar ogen. Toen ze die middag thuiskwam, vertelden haar vader me later, hadden ze haar voor het eerst in jaren weer even “trots” gezien en zien lachen. Een klein moment van licht in een leven dat zo zwaar was.
Maar het was te laat. De wachtlijst voor specialistisch onderzoek was lang, en de maanden van wachten waren voor Tamara ondraaglijk. Ze worstelde om stabiel te blijven en vrij van alcohol en middelen, maar het lijden was te groot. Ik had nog een motiverende kaart in mijn bureaulade liggen om naar haar op te sturen. Maar op een dag kreeg ik het telefoontje dat ik vreesde. Tamara was niet meer in leven.
Ik herinner me het gesprek met haar ouders na haar overlijden. Ze vertelden me hoe Tamara keer op keer te maken kreeg met wisselende hulpverleners en instellingen die haar doorschoven zodra het moeilijk werd. Hun vertrouwen in de hulpverlening was, net als dat van Tamara, al lang verdwenen.
Tamara noemde haar diagnoses vaak “diagnonsens”. Een woord vol humor, die niet elke hulpverlener begreep. Maar het was haar manier om duidelijk te maken dat ze niet haar labels was. En daar had ze gelijk in. Ze was een intelligente humoristische vrouw. Misschien wel te intelligent en gevoelig voor onze (Westerse) maatschappij. Ze was een dochter, vriendin, een moeder voor haar diertjes.
Tamara’s verhaal blijft bij me, niet omdat ik tegen classificaties ben. Classificaties kunnen nuttig zijn om richting te geven aan behandeling en de communicatie tussen hulpverleners te verbeteren. Maar we moeten ons bewust zijn van de impact die een classificatie kan hebben. Het kan meer worden dan een label in een dossier. Iemand kan het aannemen als een deel van de identiteit. Dit kan jaren door anderen worden overgenomen, waarbij de labels zich opstapelen en leiden tot verwarring en wanhoop.
Dit verhaal deel ik om hulpverleners bewust te maken van die impact. Wanneer je een classificatie stelt of overneemt, vraag jezelf dan af: Is deze zorgvuldig gesteld? Is hier gedegen onderzoek naar gedaan? Wat waren de omstandigheden ten tijde van het onderzoek? Is het systeem en de omgeving hierbij betrokken geweest? Was er sprake van medicatie- en/of middelengebruik? Probeer verder te kijken naar de diagnoses en classificaties, kijk naar de mens daarachter.
Als we dit kunnen doen, maken we de weg vrij voor een hulpverlening die mensen zoals Tamara niet verliest, maar hen helpt de hoop en veerkracht te vinden die ze verdienen. Zo kunnen we bijdragen aan een nieuwe GGZ.
Deze ervaring is geanonimiseerd en met toestemming van haar ouders gedeeld.