In gesprekken over psychose ontstaat vaak de neiging om snel te verklaren of corrigeren. Dit artikel gaat over een andere houding: eerst contact maken, begrijpen en veiligheid bieden.

Wanneer je in gesprek gaat met iemand die psychotische ervaringen heeft, gebeurt er vaak iets in het contact. Niet alleen bij de patiënt, maar ook bij ons als hulpverleners. Iemand vertelt iets wat buiten ons eigen referentiekader valt, iets wat niet meteen past bij hoe wij de werkelijkheid begrijpen. Dan kan de neiging ontstaan om vanuit onze eigen werkelijkheid te reageren: te ordenen, te verklaren, gerust te stellen of de ervaring snel te plaatsen als symptoom.

Die neiging is begrijpelijk. In de acute GGZ moeten we inschatten, begrenzen, veiligheid bewaken en soms snel handelen. Tegelijkertijd merk ik dat juist op die momenten iets anders vaak belangrijker is: proberen te begrijpen wat iemand meemaakt voordat we proberen uit te leggen wat er aan de hand is.

Voor iemand die psychotische ervaringen heeft, staan vaak niet de diagnostische vragen op de voorgrond. Veel vaker zijn daar angst, verwarring, spanning, schaamte, wantrouwen of het gevoel de grip op zichzelf en de wereld kwijt te raken. Juist daar begint psychologische behandeling vaak al. Niet bij de vraag of iets waar is, maar bij de vraag hoe het is om dit mee te maken.

Contact voor correctie

Wanneer iemand vertelt dat hij gevolgd wordt, boodschappen ontvangt via de televisie of stemmen hoort die commentaar geven op zijn leven, kan de reflex ontstaan om duidelijkheid te willen geven.

“Dat klopt niet.”
“Dat gebeurt niet echt.”
“Dat zijn symptomen van de psychose.”

Hoewel deze reacties vaak goed bedoeld zijn, leiden ze niet altijd tot meer contact. Voor iemand die volledig overtuigd is van wat hij ervaart, kan zo’n reactie voelen alsof een belangrijk deel van zijn werkelijkheid wordt afgewezen.

Dat betekent niet dat we psychotische overtuigingen moeten bevestigen. Het betekent wel dat er vaak een middenweg mogelijk is.

Een middenweg waarin we de ervaring serieus nemen zonder direct uitspraak te doen over de verklaring ervan.

Bijvoorbeeld:

“Dat klinkt erg beangstigend.”
“Ik hoor dat u hier veel last van heeft.”
“Kunt u mij helpen begrijpen hoe dit voor u is?”
“Sinds wanneer speelt dit?”

Dergelijke vragen verschuiven het gesprek van discussie naar nieuwsgierigheid.

De ervaring is echt

Wat mij persoonlijk helpt in gesprekken over psychose, is om iets van bescheidenheid te bewaren ten opzichte van mijn eigen werkelijkheid.

Natuurlijk hebben we als hulpverleners kennis, ervaring en een professionele verantwoordelijkheid. We moeten risico’s inschatten, beschermen, behandelen en soms begrenzen. Tegelijk probeer ik in mijn achterhoofd te houden: wie ben ik om binnen enkele minuten zeker te weten wat hier precies speelt?

Iemands ervaring is op dat moment echt. Niet een beetje echt, maar beleefd als werkelijkheid.

Als ik ervan overtuigd zou zijn dat iemand mij afluistert, achtervolgt of bedreigt, zou ik waarschijnlijk ook willen dat iemand eerst probeert te begrijpen waarom ik daar zo zeker van ben, voordat hij mij vertelt dat het niet klopt.

Die houding helpt mij om niet te snel tegenover iemand te gaan staan.

Niet naïef.
Niet bevestigend.
Maar ook niet te snel zeker.

Soms ontbreekt er nog context

Een bijkomend voordeel van een onderzoekende houding is dat de werkelijkheid soms complexer blijkt dan zij op het eerste gezicht lijkt.

Iemand vertelt bijvoorbeeld dat zijn vader hem controleert, zijn telefoon in de gaten houdt of overal invloed op heeft. Op het eerste gehoor kan dat klinken als achterdocht of waanvorming.

Maar soms blijkt later dat er een geschiedenis is van controle, intimidatie, grensoverschrijding of onveiligheid binnen het gezin. Misschien niet precies zoals iemand het op dat moment beschrijft, maar wel voldoende om beter te begrijpen waar de angst vandaan komt.

Juist daarom kan nieuwsgierigheid zo waardevol zijn. Niet omdat alles waar blijkt te zijn. Maar omdat we vaak nog niet weten wat we nog niet weten.

Achter de psychose staat een mens

Binnen de psychiatrie spreken we vaak over wanen, hallucinaties en desorganisatie. Dat is belangrijk. Deze begrippen helpen ons om ervaringen te beschrijven, risico’s in te schatten en behandeling vorm te geven. Tegelijkertijd vertellen deze symptomen maar een deel van het verhaal.

Daarom probeer ik nieuwsgierig te blijven naar het levensverhaal.

“Wat speelde er in je leven voordat dit begon?”
“Wat heb je meegemaakt?”
“Waar maakte je je zorgen over?”
“Wat vind je leuk om te doen?”

Deze vragen leveren niet altijd direct antwoorden op. Wel helpen ze vaak om de mens achter de psychose zichtbaar te houden.

Veiligheid als eerste interventie

Voordat er ruimte ontstaat voor betekenisgeving, is er meestal eerst behoefte aan veiligheid. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar veiligheid zit vaak in kleine dingen.

  • Rustig spreken.
  • Uitleggen wat je doet.
  • Voorspelbaar zijn.
  • Niet onnodig in discussie gaan.
  • Duidelijk zijn over je rol.
  • Iemand iets te drinken aanbieden.
  • Vragen wie erbij mag zijn.
  • Een keuze geven waar dat mogelijk is.

Juist wanneer iemand de grip kwijt lijkt te zijn, kunnen kleine momenten van voorspelbaarheid en regie veel verschil maken.

Zoek naar de emotie onder de overtuiging

Gesprekken over psychose blijven soms hangen in de inhoud.

Wie volgt wie?
Wie heeft welke bedoeling?
Wat zeggen de stemmen precies?

Soms is dat nodig. Maar vaak ontstaat er meer beweging wanneer we ook aandacht hebben voor de emotionele laag.

Vragen als:

“Waar ben je het meest bang voor?”
“Wat maakt dit zo zwaar?”
“Wanneer werd het echt moeilijk?”
“Wat helpt soms een beetje?”

...brengen het gesprek vaak dichter bij de menselijke ervaring achter de psychose.

Niet iedere psychotische ervaring heeft een verborgen betekenis. Niet iedere psychose is een gevolg van trauma. Maar achter vrijwel iedere psychose zit wel een mens die probeert om te gaan met iets dat overweldigend is geworden.

Contact is behandeling

Mijn ervaring is dat behandeling vaak al begint bij de eerste minuten van het contact. In de manier waarop iemand wordt ontvangen.

Dat betekent niet dat risico’s minder belangrijk worden. Ook niet dat medicatie, diagnostiek of bescherming overbodig zijn. Integendeel. Juist in de acute GGZ hebben al die perspectieven hun waarde.

Maar naast al die interventies blijft het contact een van de krachtigste instrumenten die we hebben.

Soms is het belangrijkste resultaat van een eerste gesprek niet dat iemand zijn overtuiging loslaat.

Soms is het belangrijkste resultaat dat iemand zich iets minder alleen voelt in wat hij meemaakt.

Tot slot

Psychose roept vaak veel op. Bij patiënten, naasten en ook hulpverleners. Juist daarom kan het helpend zijn om niet te snel te willen weten.

Niet omdat waarheid er niet toe doet.
Niet omdat psychose alleen maar begrepen hoeft te worden.
Maar omdat contact vaak voorafgaat aan samenwerking.

Samenwerking begint meestal op het moment dat iemand merkt dat er oprecht geprobeerd wordt zijn ervaring te begrijpen. Misschien begint een goed gesprek over psychose uiteindelijk niet bij de vraag of iemand gelijk heeft. Maar bij de bereidheid om eerst te begrijpen hoe de wereld er vanuit die ander uitziet.

Voor hulpverleners die zich verder willen verdiepen in deze manier van werken, is het boek In gesprek met psychose van Jules Tielens van harte aan te raden. Het laat op toegankelijke wijze zien hoe contact, nieuwsgierigheid en betekenisgeving een plaats kunnen krijgen naast diagnostiek, risicotaxatie en behandeling.